Kinderen Voor Kinderen - Ruim je kamer op

Eens in de zoveeltijd,
voel ik al nattigheid,
dan komt mijun moerder naar boven.
En altijd zegt ze dan: joh wat een zwijnenstal, tis gewon niet te geloven.
Het kan zo niet langer, dat is geen gezicht.
Straks word je kamer nog helemaal dicht.
Tis smerig en vies.
Maar ik weet precies, me spullen te vinden, en waar alles ligt.

Ruim je kamer op, ruim je kamer op,
zie je zelf niet wat een troep,
je hebt toch ogen in je kop.
Een varkenpokkerij maakt niet zo'n zwijnerij
als jij.
Geen kast meer die sluit,
alle rommel valt eruit.
Dit is de laatste keer dat ik het zeg
Als je niet opruimt gooi ik morgen eigen handig alles weg.

Pa heeft een kennis waarmee die op tennis zit.
Iedere zaterdagmorgen,
dan vraagt ie mijn moeder kwaad,
waar ze zijn spullen laat,
waar ze ze op heeft geborgen.
Me vader besteed aan het zoeken geheid,
bij ons thuis per week wel een uur van z'n tijd.
Het lijkt misschien raar maar helaas is het waar,
als me moeder iets opruimt dan ben je het kwijt!


Ruim je kamer op, ruim je kamer op,
zie je zelf niet wat een troep,
je hebt toch ogen in je kop.
Het wordt nou te gek het komt zowat tot aan je nek.
Ik waarschuw niet meer 't was de allerlaatste keer,
Ik heb je honderdduizend keer verteld,
als je niet opruimt dan verdwijn je in je eigen vuilnisbelt.
(2X)

Lyrics licensed by LyricFind

Wijzigen Zit er een fout in de songtekst? Wijzig hem dan nu!